Kerstessay

Wat is er aan de hand in de wereld? En waarom?

Helemaal sinds de Brexit en sinds de verkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten liggen die vragen op ieders lippen. Over de antwoorden is weinig consensus. Van de post-truth society tot de revolte van de boze witte man: velen ontwaren een nieuw tijdperk, maar de precieze betekenis ervan laat zich vooralsnog moeilijk vatten.

Zet de actualiteit daarom even op stil en kijk met me mee door een verrekijker. Wat zien we als we de wereld van een iets grotere afstand bekijken?

Ik wilde dat doen met behulp van de terror management theory. In die theorie ligt mogelijk een dieperliggende verklaring besloten voor de politieke verschuivingen waar we de afgelopen jaren getuige van zijn geweest.

Ons eerste antwoord op de dood: het hiernamaals

Terror management theory is een relatief jonge stroming in de evolutionaire psychologie, die stelt dat alles wat mensen doen ten diepste te verklaren is door doodsangst. Want de mens is om twee redenen een uniek wezen op deze planeet: hij is het enige dier dat beseft dat hij bestaat én dat dit bestaan eindig is. De mens weet als enige dat hij doodgaat.

Om niet permanent geterroriseerd te worden door dit besef, heeft de mens volgens deze theorie cultuur uitgevonden. Onder cultuur kan worden verstaan: alles waarmee de mens betekenis tracht te geven aan het van nature betekenisloze bestaan. De verhalen die wij elkaar vertellen, de moraal waarnaar we leven, de regels die we elkaar opleggen, de symbolen die we op de wereld plakken, de mythes waarin we geloven: al die zaken zijn op een fundamenteel niveau manieren om te kunnen leven met de gedachte dat de dood onvermijdelijk is.

Verreweg het meest succesvolle medicijn tegen permanente doodsangst vond de mens al vroeg in religie. Geen wonder, want het antwoord van alle religies die uitgroeiden tot wereldgodsdienst is even simpel als effectief: de dood is niet het einde. Wie leeft naar de regels van zijn Schepper, mag zich verheugen op een oneindig hiernamaals (of een eeuwige terugkeer).

Een kleine tweeduizend jaar lang is dit voor het overgrote deel van de mensheid de beste vorm van terror management geweest. Een logisch product van de omstandigheden gedurende bijna de hele geschiedenis, want eeuwenlang wees niets er op dat het leven op aarde ooit significant beter zou worden. De belofte van verlossing in een hiernamaals was daarmee het enige alternatief.

Ons tweede antwoord op de dood: de vooruitgang

De grote kentering in met name ons deel van de wereld - het Westen - kwam rond het begin van de achttiende eeuw, met het aanbreken van wat later de Verlichting zou gaan heten. De Amerikaanse filosoof Richard Rorty noemde deze kentering ‘de grootste breuk’ in de geschiedenis van het westerse denken: het moment waarop de westerse mens ‘hoop op verlossing in een hiernamaals verruilde voor hoop op een betere toekomst voor onze achterkleinkinderen.’

Het vooruitgangsdenken was geboren.

Niet langer was het antwoord op de dood: ‘Die wordt gevolgd door een oneindig leven erna.’ Nee, het nieuwe antwoord luidde: ‘Onsterfelijkheid ligt besloten in een beter leven voor ons nageslacht.’

De gevolgen van deze overgang kunnen moeilijk worden overschat. Nagenoeg alles veranderde erdoor. Het geloof in een hiernamaals maakte van de wereld een volstrekt statisch iets. Een mensheid die niet gelooft dat de wereld veranderlijk is, laat staan verbeterlijk, rest niet veel meer dan zijn tijd op aarde uit te zitten.

Het vooruitgangsgeloof zette dit volledig op zijn kop. De natuur werd voorspelbaar, de wereld beheersbaar, de samenleving maakbaar, het leven bepaalbaar. Het lot lag opeens in menselijke handen. De toekomst was aan ons.

Over de praktische gevolgen van deze omslag in ons denken zijn bibliotheken volgeschreven. Maar je kunt het ook als volgt samenvatten: wie vóór de achttiende eeuw in een tijdmachine stapte, kon naar een willekeurige tijd in het verleden reizen en het verschil was niet schokkend groot geweest. De wereld van, zeg, een veertiende-eeuwer was niet noemenswaardig veel anders dan die van een tweede-eeuwer of andersom.

Ná de achttiende eeuw zou dat definitief tot het verleden behoren. Wie tussen, grofweg, 1800 en 2016 een tijdreis van een paar decennia zou maken, zou van de ene cultuurschok in de andere zijn gevallen. Van de evolutietheorie tot riolering, van de verzorgingsstaat tot de rechten van de mens, van openbaar onderwijs tot de mobiele telefoon - geen decennium ging sindsdien voorbij zonder de wereld onherkenbaar te veranderen.

Het geloof in vooruitgang, en de spectaculaire veranderingen die dat in het alledaagse leven teweegbracht, gaf het Westen een geheel nieuwe manier om de doodsangst het hoofd te bieden. De oerfunctie van religie werd met rasse schreden minder relevant. De secularisering van de samenleving nam met vergelijkbare schreden toe. De mens had een nieuwevorm van onsterfelijkheid uitgevonden. Niet in een hemels hiernamaals, maar in een menselijke stip aan de horizon.

Daar, aan die horizon, lonkte de moderne zin van het bestaan: een beter leven op aarde voor volgende generaties.

De grote kartrekkers van de vooruitgang: het liberalisme, de sociaal-democratie en de natiestaat

En dat betere leven kwam er.

Twee politieke stromingen lagen aan de basis ervan. De eerste is het liberalisme. Ontsproten aan de filosofie van geestelijke vaders als John Stuart Mill (politiek liberalisme) en Adam Smith (economisch liberalisme) bevrijdde deze stroming westerse samenlevingen van twee gigantische, onderdrukkende structuren die eeuwenlang de dienst hadden uitgemaakt: het adelijk feodalisme en het religieus paternalisme.

Via concepten als de rechtstaat en de vrije markt - met vrijheid en gelijkwaardigheid als onderliggende idealen - transformeerde het Westen in krap twee eeuwen van een diep-religieuze, feodale, patriarchale, rechtenloze samenleving in een seculiere democratie met algemeen kiesrecht, openbaar onderwijs en een grondwet gebaseerd op onvervreemdbare mensenrechten.

De tweede is de sociaal-democratie. Waar het liberalisme traditionele vormen van onderdrukking afbrak, zorgde de sociaal-democratie voor het fundament eronder: een verzorgingsstaat die voorzag in een historisch ongeëvenaarde bestaanszekerheid voor bijna iedereen.

Zo werd het woord ‘armoede’ in westerse samenlevingen van een totaal andere orde. In plaats van de regel werd het de uitzondering. En in plaats van een levensbedreigend probleem werd het een sociaal probleem. In krap twee eeuwen tijd draaide de economische piramide om. De absolute onderklasse van nu zou eind achttiende eeuw qua levensstandaard nog tot de rijkste 1 procent van de samenleving hebben behoord.

Dankzij de liberale verzorgingsstaat, gecombineerd met het spectaculaire succes van de wetenschap, steeg de gemiddelde levensverwachting in nog geen anderhalve eeuw van een magere 40 naar 85 jaar. Ziekten die vroeger nog dodelijk waren, zijn nu met één wandeling naar de apotheek verholpen. Moderne technologieën hebben vroegere dagbestedingen tot verwaarloosbare taken gereduceerd. Deed een negentiende-eeuwer er meer dan een dag over om in het volgende dorp te komen, nu is er voor westerse burgers geen plek op aarde die niet binnen 24 uur kan worden bereikt. Lodewijk XIV had Skype teleportatie gevonden.

En al deze vooruitgang vond plaats binnen een van de belangrijkste uitvindingen van de afgelopen twee eeuwen: de natiestaat. Over de oorsprong is onder historici weinig consensus, maar breed gedeeld is de opvatting dat wat wij nu verstaan onder ‘een land’ rond het einde van de achttiende eeuw geboren moet zijn. Binnen de grenzen van de natiestaat werd het ontstaan van de rechtstaat met bijbehorend sociaal vangnet mogelijk. Zo groeide de natie uit tot ons belangrijkste oriëntatiepunt. Ze verschafte bevolkingen bestaanszekerheid en een duidelijke identiteit. En ze gaf kranten een handige indeling in binnen- en buitenland.

Vooruitgang: geen rechte lijn omhoog

Sociale en economische vooruitgang binnen de grenzen van de natiestaat is wat de westerse mens de afgelopen tweehonderd jaar van de doodsangst heeft behoed. Het behoeft uiteraard geen betoog dat die vooruitgang nooit een rechte lijn omhoog is geweest. Diepe dalen kwamen in de vorm van twee wereldoorlogen, een koude oorlog en talloze crises - van de Grote Depressie in de jaren dertig, de oliecrisis in de jaren zeventig tot de financiële crisis aan het begin van dit millennium.

Dat onze vooruitgang bovendien voor een flink deel te danken is aan de koloniale uitbuiting van de rest van de wereld, en gepaard ging met de verregaande uitputting van de aarde, is eveneens bekend. En dat de vooruitgang allerminst eerlijk verdeeld is, is misschien wel het meest evident: grote groepen - zwart, vrouw, allochtoon - hebben tot op de dag van vandaag onevenredig weinig geprofiteerd van de grote sprong voorwaarts.

Maar onmiskenbaar blijft dat onze meest recente geschiedenis meer naar het goede dan naar het slechte is gebogen. Niemand met enig historisch besef verlangt oprecht terug naar een andere tijd dan de onze, simpelweg omdat geen enkele tijd achter ons daadwerkelijk beter is dan die van nu.

Het nationaal-nostalgisme en de terugkeer van de doodsangst

En toch is juist dat nostalgische verlangen dominanter dan ooit. Van Make America Great Againtot We Want Our Country Back tot Nederland weer van ons:het nationaal-nostalgisme wint overal in de westerse wereld in razend tempo aan terrein. Als een rode draad erdoorheen loopt het wijdverbreide gevoel dat het verleden er rooskleuriger uitziet dan de toekomst. Voor het eerst sinds lange tijd gelooft in het Westen niet dat toekomstige generaties beter af zullen zijn dan zijzelf. Een substantiële minderheid gelooft zelfs dat zij nu al slechter af is dan hun ouders.

De consequentie? Een hernieuwde confrontatie met de onvermijdelijkheid van de dood. Een seculiere samenleving kan namelijk wel zonder god, maar niet zonder terror management: er moet iets zijn wat het leven betekenis geeft voorbij het sterfelijke individu.

Het fundamentele probleem van deze tijd is dat ons vooruitgangsgeloof daar niet langer in voorziet. Ons vooruitgangsgeloof is leeg geworden. We zien de hoopgevende stip aan de horizon niet meer. Of, zoals correspondent Vooruitgang Rutger Bregman het formuleert: ‘We hebben het goed, maar we weten niet hoe het beter kan.’

Deels is dat te wijten aan het succesvan de liberale sociaal-democratie. Heel veel van de idealen die de liberalen en sociaal-democraten sinds het begin van de negentiende eeuw voor ogen hadden, zijn goeddeels verwezenlijkt.

Ondanks al zijn tekortkomingen heeft de verzorgingsstaat succesvol een bodem gelegd onder ons bestaan: echte, levensbedreigende armoede bestaat in het Westen nauwelijks meer. En ondanks de constante bedreigingen die onze vrijheden op hun pad treffen, is het Westen vrijer dan ieder ander deel van de wereld - en dan ieder tijdperk hiervoor. En ja, ook ondanks haar evidente democratische tekort, is het succes van de Europese Unie onmiskenbaar: nooit eerder heeft ons continent zo lang een periode van vrede en veiligheid gekend.

Geen wonder dus dat het moeilijk voor te stellen is hoe vooruitgang er nog uit moet zien. De meesten van ons hebben het beter dan ooit.

Meer vooruitgang dan ooit, grotere problemen dan ooit

Tegelijkertijd kampt de wereld wel degelijk met kolossale problemen. De vooruitgang van de afgelopen tweehonderd jaar mag dan ongeëvenaard zijn, onze huidige problemen zijn dat ook.

Klimaatverandering kan met recht een van de grootste problemen worden genoemd waar de mensheid zich ooit mee geconfronteerd heeft gezien. Onze totale energievoorziening en bijbehorend economisch systeem (fossiel kapitalisme) moeten ervoor op de schop.

Daarnaast is de economische en sociale ongelijkheid in de wereld uitgegroeid tot feodaal-middeleeuwse proporties. De rijkste 1 procent van de wereldbevolking bezit inmiddels bijna de helft van al het kapitaal in de wereld - de armste 50 procent van de wereldbevolking moet het stellen met nog geen 1 procent. Of, om het nog pregnanter te formuleren: de rijkste 85 individuen bezitten evenveel als de armste 3,5 miljard mede-aardbewoners.

Natuurlijk, Europese verzorgingsstaten dempen deze verschillen aanzienlijk. Maar door een vergrijzende bevolking, stijgende zorgkosten en de vorming van een nieuwe onderklasse door migratiestromen, staan juist die verzorgingsstaten zwaar onder druk. Zowel hun economische draagkracht als hun politieke draagvlak brokkelen af.

En precies datzelfde geldt ook voor de politieke eenheid waar die verzorgingsstaat in geboren werd - de natiestaat. De grenzen van landen zijn de afgelopen dertig jaar hun functie en betekenis voor een flink deel kwijtgeraakt. Financieel kapitaal is gemondialiseerd. Klimaatverandering trekt zich niets van landsgrenzen aan. Vluchtelingen laten zich niet tegenhouden door zeeën, bergen of douanes. Criminele netwerken opereren op wereldwijde schaal. Arbeid verplaatst zich naar waar de lonen het laagst zijn. Belastinggeld vlucht naar geheime bankrekeningen op paradijselijke eilanden. Internationale markten dicteren de lokale politiek. Nationale wetten leggen het af tegen internationale verdragen.

Zie daar het tijdsgewricht waarin we zijn beland: te welvarend om massaal in opstand te komen, zuchtend onder het juk van problemen die niets minder dan een revolutie vereisen om op te lossen, gevangen in een politiek systeem dat niet in staat is de vereiste verandering teweeg te brengen, geleid door politici die niet genoeg verbeeldingskracht hebben om daar iets aan te doen.

Het progressieve verbeeldingstekort

Dat schrijnende tekort aan verbeelding zie je vooral terug in de twee politieke stromingen die tot nu toe juist aan de basis van ons vooruitgangsgeloof hebben gelegen: het liberalisme en de sociaal-democratie. Overal in het Westen zie je hetzelfde probleem met wat je het ‘progressieve midden’ kunt noemen: het heeft geen verhaal meer. Geen vergezicht dat schetst hoe de wereld fundamenteel beter kan.

Kijk naar de VVD en de PvdA. De liberalen, van oudsher geworteld in een zeer veranderingsgezinde filosofie, zijn een volstrekt cultureel-conservatieve, Nederland moet vooral ‘blijven zoals het is,’ staat in diverse bewoordingen in hun nieuwste verkiezingsprogramma. De sociaal-democraten, van oudsher geworteld in links-progressief idealisme, zijn ondertussen in twintig jaar tijd getransformeerd in een partij van pragmatische technocraten zonder ideologische kern. Een partij die politiek heeft gereduceerd tot probleemmanagement.

Het progressieve midden is, kortom, een lege huls geworden. En daarmee de ultieme hoeder van de status quo. Liberalen en sociaal-democraten hebben zich verenigd in een amoreel wereldbeeld dat geen idee heeft hoe een betere samenleving eruit zou moeten zien. Ze bedrijven politiek als boekhouders: ze bezuinigen als de overheidsschuld boven de 3 procent uitkomt, ze voeren marktwerking in als de kosten van publieke diensten moeten worden gedrukt en ze beschouwen groei van het bbp als absolute maatstaf van succes.

Wat volledig ontbreekt is een visie op het verschil tussen ‘rijkdom’ en ‘welzijn.’ Een groter idee over hoe de samenleving moreler, rechtvaardiger, beter zou kunnen.

Waarom onze obsessie met islam en terrorisme geen toeval is

Precies daar komt de terror management theory om de hoek kijken. Want die leert: zonder ideeën die ons de sterfelijkheid helpen overwinnen, nemen diepgewortelde angsten het over. Het is geen toeval dat westerse samenlevingen, parallel aan hun afkalvende vooruitgangsgeloof, twee nieuwe obsessies ontwikkelden: islam en terrorisme.

Dat die twee fenomenen meer dan ooit als bedreigend worden ervaren, komt niet zozeer omdat ze feitelijk een groot gevaar zijn - dat zijn ze namelijk niet. De logischere, culturele verklaring luidt: beide hebben wél een antwoord op de dood.

De islam geeft zijn aanhangers betekenis voorbij het eigen leven, op een manier die onze westerse cultuur steeds minder in de aanbieding heeft. En hoe sterker dat geloof, hoe succesvoller de doodsangst overwonnen wordt. Aanslagplegers, die zichzelf opblazen uit naam van een hogere macht, zijn daarvan de meest radicale consequentie: niet alleen vrezen ze de dood niet langer, ze verlangen er zelfs naar.

In een seculiere samenleving zonder vooruitgangsperspectief is niets beangstigender dan dat: een religie die gematigd beleden een hiernamaals biedt - en radicaal beleden tot de totale overwinning van de dood kan leiden. Angstwekkend, want welk geloof hebben wij om ertegenover te stellen? Een vrijemarktideologie zonder visie op het goede leven? Een sociaal-democratie die enkel gekorte pensioenen, langer doorwerken en minder baanzekerheid in de aanbieding heeft? Technocratisch pragmatisme dat slechts in begrotingstekorten en koopkrachtplaatjes kan denken?

De obsessie met islam en terrorisme zijn uitingen van hetzelfde probleem: dat er in de westerse samenlevingen geen eigen Waarheid meer is om te delen

Anders gezegd, de obsessie met de islam, de angst voor terrorisme en de opkomst van het populisme dat hier munt uitslaat, zijn alle drie uitingen van hetzelfde onderliggende probleem: dat er in de postmoderne westerse samenlevingen geen eigen Waarheid meer is om te delen, en geen Waarheid meer is om voor te sterven. Niet voor niets ageren islam-critici al vijftien jaar tegen ‘westers relativisme’: het gebrek aan geloof in een Waarheid, waardoor ‘onze samenleving’ niet opgewassen is tegen de gemeenschapszin die zo’n geloof met zich meebrengt - en in zijn meest radicaal beleden vorm: tegen de bereidheid voor zo’n geloof te sterven.

In precies dát gat, dat de progressieve politiek heeft geslagen, is het conservatieve nationalisme succesvol gesprongen. Zijn belofte: een terugkeer naar de tijd van vóór de globalisering. Toen moslims nog gewoon ‘ver weg’ woonden, terrorisme nog geen importproduct was en de natiestaat er nog toe deed. ‘Onze cultuur’ beschermen tegen fundamentalistische bedreigingen van buiten, die binnenkomen in de vorm van ‘massa-imigratie’ of ‘vluchtelingen die heimelijk potentiële terroristen zijn.’ Autoritair leiderschap dat het postmoderne relativisme waar onze cultuur door is verzwakt terzijde schuift en ‘orde op zaken stelt’ met het sluiten van grenzen en herstel van de natiestaat.

Combineer dit nostalgische autoritarisme met de oud-linkse beloftes van de verzorgingsstaat - terug naar een AOW op je 65ste, terug naar een publieke sector zonder marktwerking, terug naar de vaste baan met vast pensioen - en de ideale mix is gevonden. We hoeven niet vooruit als we ook gewoon terug kunnen. Terug naar de tijd dat geluk nog heel gewoon was.

Gezocht: Een Verhaal over Vooruitgang om in te geloven

Dat dit wereldbeeld aan elkaar hangt van mythische ideeeën over vroeger, stigmatiserende leugens over bevolkingsgroepen en loze beloften voor de toekomst, mag duidelijk zijn. Daarom klagen progressieve kringen ook al vijftien jaar over fact free politics en de post-truth society.

Maar de denkfout die aan die klacht ten grondslag ligt, is dat ideologische mythes wáár zouden moeten zijn om te werken. Dat hoeft helemaal niet. Ze moeten vooral geruststellend genoeg zijn om te geloven. Om diepgewortelde doodsangst het hoofd te kunnen bieden. Niemand heeft dit zo goed begrepen als Donald Trump: hij zegt gewoon, letterlijk en openlijk, Hij is, letterlijk en openlijk, post-waarheid: een samenleving die geen waarheid deelt, wil een autoritaire leider waar ze zich als gemeenschap achter kan scharen.

Zolang progressieven zelf niet met een beter alternatief voor dit narratief komen, zal het autoritaire nostalgisme de boventoon blijven voeren en verkiezing na verkiezing winnen - waar of niet. Het enige dat daar iets aan kan veranderen, is een Groter Verhaal over Vooruitgang in de 21ste eeuw. Een verhaal over de Volgende Stap Voorwaarts.

Stel je eens voor...

Stel je, bijvoorbeeld, eens een wereld voor waarin onze energie honderd procent duurzaam wordt opgewekt. Dat, door de oneindige beschikbaarheid van zon en wind, de prijs van energie tot bijna nul eurocent per kilowattuur zal dalen. Dat irrigatie van voorheen onvruchtbare gebieden daardoor plotseling betaalbaar wordt. Dat hongersnoden zo naar de geschiedenisboeken kunnen worden verwezen.

En stel nu dat, door die goedkope energie, onze mobiliteit voor het eerst sinds vijftig jaar weer explosief toeneemt, omdat de prijs per extra kilometer-per-uur een factor tien daalt. Dat de hele wereld daardoor niet in 24 uur, maar in 24 minuten bereisbaar wordt. Dat we stapje voor stapje alle landsgrenzen kunnen opheffen, omdat permanente immigratie dan niet langer nodig is. Dat ‘gelukzoekers’ opeens forenzen worden. Dat er middenklassen ontstaan in wat ooit de Derde Wereld werd genoemd. Dat de kloof tussen arm en rijk zal krimpen.

En stel nu dat de decentrale energieopwekking de macht van energiemonopolies en fossiele dictaturen zal breken. Dat terroristische organisaties hun belangrijkste financieringsbron zien opdrogen. Dat oorlogen om olie en gas niet langer nodig zijn. Dat de surveillancestaat langzaam maar zeker weer kan worden vervangen door een vertrouwensmaatschappij. Dat controlepoortjes weer touwtjes in brievenbussen worden.

Stel.

Een fata morgana? Wellicht. Zoals democratie, sociale zekerheid en mensenrechten óók ooit een fata morgana leken.

Maar het kan.

Als we het ons durven voorstellen. En erin geloven.

Meer lezen?

Zet je schrap voor het gevaarlijkste idee ooit: de meeste mensen deugenWe zijn niet links én niet rechts. We zijn het communisme én het kapitalisme voorbij. Maar waar moeten we dan in geloven? Het antwoord vinden we in het fascinerende levensverhaal van een Russische prins die anarchist werd. Zijn belangrijkste boodschap: vertrouwen, vertrouwen, vertrouwen. Lees het verhaal van Rutger hier terug Trump is een ramp voor het klimaat, maar de reis naar duurzaamheid gaat dóórHet werk van de klimaatbeweging is met de verkiezing van Donald Trump een stuk moeilijker geworden. Maar zelfs Amerika kan de wereldwijde overgang naar duurzaamheid niet stoppen. Lees het verhaal van Jelmer hier terug

2017: niet het jaar van de populistische revolte

Eerst even terug naar 2016: het jaar van de brexit en de verkiezing van Donald Trump als Amerikaans president; twee onwaarschijnlijke verrassingen. In het najaar van 2016 - zo bestond het gevoel - was het bang uitkijken naar 2017, verkiezingsjaar in onze buurlanden. De kans op een dijkbreuk, veroorzaakt door de uitdagerspartijen op rechts (PVV in Nederland, FN in Frankrijk en AfD in Duitsland), leek op dat moment reëel. Rechtse populisten stonden te trappelen om het momentum te grijpen. Met de brexit en Trump leek de geest uit de fles; hun moment was gekomen.

Dat scenario heeft zich uiteindelijk niet voltrokken. Al in het najaar van 2016 bleek dat dat jaar voor rechtse populisten toch geen grand slam zou worden. Want hoewel er eerder dat jaar wel de Brexit en de overwinning van Donald Trump waren, werd in mei 2016 de groene Alexander Van der Bellen - en niet de extreemrechtse Norbert Hofer - president van Oostenrijk en kwam er in oktober 2016 in Hongarije bij het referendum van Viktor Orbán over het Europees spreidingsplan voor vluchtelingen onvoldoende stemgerechtigden opdagen.

Delen

Kerstessay: Wat brengt 2018 voor sp.a?

En ook 2017 is niet het jaar van de populistische revolte geworden. Naarmate het jaar vorderde, zakte de soufflé van de rechtse populisten in. In Nederland ontgoochelde Geert Wilders, in Frankrijk miste Marine Le Pen haar 'nu of nooit'-moment en in Duitsland brak AfD weliswaar door maar wist Angela Merkel de schade te beperken.

Dat de populistische revolte zich niet heeft voltrokken, wil niet zeggen dat het populisme in verschillende landen is verdwenen. Een juistere waarneming is dat de slinger alle kanten opgaat. Zo waren de Italiaanse gemeenteraadsverkiezingen in juni 2017 een flop voor de Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo en zakte dit jaar de UKIP-partij in het Verenigd Koninkrijk volledig in elkaar, maar boekte in Oostenrijk bijvoorbeeld de extreemrechtse FPÖ in oktober 2017 ruim 5% winst. Het beeld is dus eerder diffuus.

Grensoverschrijdende analyses zijn daardoor ook moeilijk. Want hoe verklaar je anders dat het populisme in Frankrijk zogezegd was verslagen toen Marine Le Pen geen president werd, maar wel de tweede ronde haalde met 21% van de stemmen en we in Duitsland spraken over de doorbraak van het populisme toen AfD 13% haalde?

2017: wel het jaar van de krimp van de sociaaldemocratie

Toch valt er wel degelijk een rode draad te ontwaren bij de verkiezingen van 2017 in onze buurlanden: overal hangen sociaaldemocraten murw geregeerd in de touwen. In Nederland viel PvdA terug van 38 naar 9 zetels, in Frankrijk geraakte PS niet in de tweede ronde en in Duitsland behaalde SPD haar slechtste naoorlogse verkiezingsresultaat ooit.

We spoelen opnieuw terug in de tijd. Hoe anders was het plaatje zo'n vijf jaar geleden?

Delen

SP.A betaalt de tol van haar eigen succes. De samenleving is door de jaren heen 'versociaaldemocratiseerd'.

Wim Vermeersch

Het is mei 2012. Overal lezen we over de 'wedergeboorte van Europees links'. Silvio Berlusconi en Nicolas Sarkozy verdwenen dat jaar van het internationale toneel. François Hollande had net het Elysée veroverd, met grote hoop voor een andere Europese koers. En in drie grote landen waar links traditioneel sterk staat, waren tekenen van herstel bij de lokale verkiezingen: in Groot-Brittannië stemden de Britten massaal op Labour, in Italië hield de centrumlinkse Partito Democratico stand bij de gemeenteraadsverkiezingen die door Beppe Grillo werden gedomineerd en in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen won sociaaldemocrate en deelstaatminister-president Hannelore Kraft overtuigend. Het moest SPD nationaal de wind in de zeilen geven om Angela Merkel een jaar later te verslaan; de laatste domino om de koers van Europa te veranderen.

Draaide dat even anders uit. Het geeft aan hoe snel de kansen keren in de politiek. Anders dan 2012, 'het jaar van de wedergeboorte van links', zal 2017 de geschiedenisboeken ingaan als het jaar dat sociaaldemocratische bestuurders ten grave werden gedragen.

Magere troost voor hen: bij verkiezingen vandaag worden àlle machthebbers afgestraft (met uitzondering misschien van Angela Merkel). Ook op de plekken waar rechtse populisten aan de macht kwamen, zoals in een aantal Scandinavische landen de voorbije jaren, was dat het geval. Bovendien heb elk nadeel zijn voordeel: zo zorgde het presidentschap van Donald Trump in eerste instantie voor ongerustheid, maar naarmate hij zich dieper in het politieke moeras vastrijdt, doen er zich eveneens mogelijkheden voor tot deblokkering en ontstaan samenwerkingsverbanden. Recent haalden de Democraten in Alabama voor het eerst in 25 jaar een Senaatszetel.

Hoe moeten we dit tijdsgewricht dan catalogeren? Er sluimert onvrede in onze samenleving, zoveel is duidelijk, en dat vertaalt zich in snel wisselende allianties. De oorzaken van die onvrede zijn in elk land anders, maar ze is deels te wijten aan het feit dat we in een duidelijke versnelling van de geschiedenis zitten. Althans, dat voelen we zo aan. Zo versterkten een reeks gebeurtenissen in 2016 - zoals oudejaarsnacht in Keulen, de aanslag in Nice of de rellen bij de intocht van de Sint in Rotterdam - het gevoel van 'waar moet dit eindigen?'. Onbehagen en onrust sluipen in de geesten. En zoals we uit onderzoek van Mark Elchardus weten, is dat gevoel van 'declinisme' erg doorslaggevend in het stemhokje, meer nog dan de eigen sociaaleconomische positie. Het eerste slachtoffer van dergelijk 'declinisme' zijn partijen met voornamelijk een sociaaleconomisch programma.

Dit is slechts één van de grondstromen die vandaag spelen. Want voor de rest is de situatie in elk land uniek. Eigenlijk is het onmogelijk om een stembustrend te ontwaren uit de verkiezingen die in 2017 plaats vonden - de ene keer deed een oude socialist het goed (Verenigd Koninkrijk), de andere keer een jonge ecologist (Nederland), nog elders een onafhankelijke (Frankrijk). Erg moeilijk, dus, om over de krimp van sociaaldemocratische partijen algemene uitspraken te doen.

Waarom geraakt sp.a niet uit de malaise?

De verkiezingsnederlagen van zusterpartijen in 2017 doen voor SP.A het slechtste verhopen voor de stembusgangen in 2018 en 2019. Is SP.A de volgende in de rij sociaaldemocratische partijen in West-Europa die ten grave wordt gedragen? In de peilingen staat de partij historisch laag. Toch geloof ik niet dat SP.A zal verschrompelen. Daarover straks meer.

Dat SP.A maar niet uit de malaise geraakt, valt niet te ontkennen. Wat zijn daar nu de diepere oorzaken van, los van de perikelen in zowel de Wet- als Dorpstraat waarover u dagelijks leest in de kranten?

Delen

Voorspellinkje? Na 2019 hangt SP.A rond de 13%. Sommigen zullen wijzen op het feit dat dit het laagste percentage ooit is. Anderen zullen dit als een overwinningsnederlaag.

Vooreerst is er de tijdsgeest. Die is ronduit negatief voor partijen die willen verbinden. SP.A heeft de uitgesproken ambitie om verschillende electoraten aan te spreken en hun lot aan elkaar te verbinden. Ze wil met haar project, ook historisch gezien, de werkende bevolking 'verheffen': zorgen dat die groep op de sociale ladder klimt en dat die nadien zelf bereid is om dezelfde solidariteit aan de dag leggen voor andere, te 'verheffen' bevolkingsgroepen.

Dit project is in tijden van polarisering en identiteitspolitiek moeilijker dan ooit. Sociale media creëren een bubbel met enkel gelijkgestemden en politieke communicatie zet bevolkingsgroepen tegen elkaar op. Ook de multiculturele bevolking van vandaag, de steeds meer gekleurde onderkant van de samenleving en de vluchtelingencrisis, zetten een rem op de solidariteitsgedachten. We lijken steeds minder te willen 'verheffen'.

Maar er is meer. Daarnaast zit SP.A in een transitieperiode waar ze maar moeizaam uit klautert. En dit op twee vlakken.

Een. De partij vervelt maar traag van bestuurderspartij naar samenlevingspartij. De riedel 'het is de schuld van de sossen' blijft het daarom goed doen. Door zolang deel te nemen aan de machten, heeft SP.A de beweging waarop ze stoelt verwaarloosd. Terwijl ze net daar haar oorsprong in vindt. Mutualiteit en vakbonden groeiden ook van onderuit. Ze geraakten pas door de jaren heen geïnstitutionaliseerd; werden pas na een tijd machtig. Vandaag is een soortgelijke opbouw opnieuw nodig van bestaande initiatieven met burgers, nieuwe middenveldbewegingen, enzovoort. SP.A moet haar voelsprieten in de samenleving weer uitsteken. De wil is er, maar deze transitie gaat per definitie traag.

Twee. SP.A betaalt de tol van haar eigen succes. De samenleving is door de jaren heen 'versociaaldemocratiseerd'. Es ist erreicht, in feite. De sociale zekerheid staat er. Ten gronde zijn alle partijen, van links tot rechts, voorstander van onze welvaartsstaat; de strijd gaat vandaag eerder over wie er beroep op mag doen. De laatste jaren wordt systematisch geknibbeld aan de welvaartsstaat. Daardoor is het sociaaldemocratische verhaal vooral defensief geworden. De tweede transitie waar SP.A door gaat, heeft te maken met nieuwe uitdagingen voor onze sociale zekerheid - zoals de uberisering van de economie, work-life balans, mensen die werken maar niet rondkomen. Hier liggen de puzzelstukken voor een offensief verhaal. Daar is de partij mee bezig, zo staat binnenkort een groot congres gepland, maar ook dat is een werk van lange adem.

Niet allemaal kommer en kwel

De verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland tonen aan dat een sociologische ondergrens voor sociaaldemocratische partijen niet langer bestaat; de electorale bodem is in de drie landen weggeslagen. Ook SP.A bereidt zich dus best voor op het slechtste scenario. Toch denk ik niet dat ze zal verschrompelen zoals haar zusterpartijen in de buurlanden.

Vooreerst was het in 2017 niet overal kommer en kwel voor sociaaldemocraten. Scandinavië neemt stilaan weer zijn rol op als sociaaldemocratisch baken, na enkele jaren waarin rechtse populisten in verschillende landen regeerden. In Portugal is een linkse regering aan de macht, onder leiding van Antonio Costa, die haar begroting perfect op orde heeft met een beleid dat radicaal anders is dan dat wat Griekenland moest slikken van de Trojka. En in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn oudere leiders opgestaan die jongere kiezers weten te enthousiasmeren.

Ook hier, in Vlaanderen, is het potentieel voor SP.A groot. Elk onderzoek toont aan dat burgers hun sociale zekerheid koesteren, willen dat de klimaatproblematiek wordt aangepakt en dat eenieder bijdraagt volgens eigen vermogen. Allemaal potentiële kiezers.

Delen

In de centrumsteden gaat het tussen twee verschillende visies op de samenleving en twee verschillende manieren om aan politiek te doen. Zeg maar het Antwerpse versus het Gentse model

Wim Vermeersch

De grote uitdaging voor SP.A is dat het haar doelpubliek goed detecteert en dat het voor die groep consequent een verhaal vertelt. België is een van de meest gelijke landen ter wereld, maar onder de oppervlakte bestaan diepe kloven inzake kansen, scholing, enzovoort. Door maatregelen van de regering-Michel dreigen groepen in onze samenleving ervan tussen te vallen. Dat zien we nog niet echt in de cijfers, maar achter de statistieken hebben heel wat mensen het moeilijk. Neem nu huurders. Uit recente cijfers blijkt dat 30% van de private huurders na het betalen van hun huur niet voldoende overhouden om een menswaardig bestaan te leiden. Of jongeren. Zij krijgen van deze regering te horen dat ze alleen aan de slag zullen geraken als de minimumlonen omlaag gaan, en zoeken steeds meer hun toevlucht in Deliveroo-achtige jobs zonder bescherming, zonder opbouw van rechten.

Huurders en jongeren. Het zijn slechts twee groepen kiezers die sp.a zou kunnen detecteren en waarop systematisch de politieke communicatie zou kunnen worden gericht. De partij kan daarbij in de leer gaan bij Donald Trump. Hij bakent zijn potentiële kiezers af, communiceert enkel naar hen toe en heeft geen scrupules om groepen te schofferen die toch nooit voor hem stemmen.

Wat brengen 2018 en 2019 voor SP.A?

Wat brengen de verkiezingen van 2018 en 2019 dan voor SP.A? Moeilijk te zeggen.

Voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 is het gevecht duidelijk. In de centrumsteden gaat het tussen twee verschillende visies op de samenleving en twee verschillende manieren om aan politiek te doen. Zeg maar het Antwerpse versus het Gentse model. Die duidelijke keuze biedt voordelen, ook voor SP.A. Moeilijker worden de voorstedelijke en landelijke gemeenten waar de strijd er vooral één zal zijn rond de titel van 'partij van Vlaanderen' tussen CD&V en N-VA.

Ook voor de verkiezingen van 2019 liggen de kaarten voor SP.A niet per se slecht. Het grote verschil tussen sp.a en haar zusterpartijen in de buurlanden is dat die laatsten als meerderheidspartij naar huis werden gestuurd. SP.A zit in de oppositie. Die rol zit haar nog niet als gegoten, maar het is toch altijd wat makkelijker om verkiezingen in te gaan.

Bovendien biedt de politieke setting kansen. Neen, er is geen sprake van een revolte tegen de 'asociale' regering-Michel, maar er is bij verschillende groepen wel veel onvrede over het gevoerde beleid. Er rest SP.A nog 1,5 jaar om die groepen aan te spreken en - belangrijker - te activeren in de politieke strijd. Daarvoor moet SP.A de sociale thema's op de agenda proberen te zetten én houden. Rechtvaardige fiscaliteit, pensioenhervorming, werkbaar werk, ... kapstokken genoeg.

Voorspellinkje? Na 2019 hangt SP.A rond de 13%. Sommigen zullen wijzen op het feit dat dit het laagste percentage ooit is. Anderen zullen dit als een overwinningsnederlaag zien in vergelijking met de huidige peilingen die rond de 10% geven. Maar geen verschrompeling dus zoals voor haar zusterpartijen in de buurlanden het geval was in 2017.

Leave a Comment

(0 Comments)

Your email address will not be published. Required fields are marked *